12/09 KVB3
23/09 Clubavond Reiscafé
03/10 Open klimdag Mozet
10/10 KVB3 - examen
15/10 Cursus onderhoud van materiaal
volledige kalender
Het is inmiddels een jaarlijkse traditie geworden om deel te nemen aan een actieve week in de bergen met de Bergsteigerschule. Dit jaar had ik mijn oog laten vallen op het programma "Mischabel I" in de hoop mijn eerste 4000 er(s) te beklimmen. Mischabel wijst hierbij op de situering van de touren, nl. de Mischabelgruppe en omgeving, gelegen tussen het Saasdal en het Matterdal in het Zwitserse kanton Wallis.
Het romeinse cijfer I geeft min of meer de moeilijkheid van de tocht aan, in dit geval de eenvoudige 4000 ers. Er bestaat ook een programma II (met Rimpfischhorn, Dom en Hohberghorn) en III (met Weissmies-N-graat, Nadelgrat, Lenzspitze-NO wand).
Hierna volgt het verslag van een prachtige week.
Na een onderbreking van mijn verlofperiode met twee rustige werkweken (den bouw lag nog stil) vertrek ik voor de tweede maal richting Alpen. In juli zat ik 14 dagen in Oostenrijk (Sellraintal en Glocknergruppe) waar ik mijn conditie kon testen en de goesting doen toenemen. Ook hoopte ik nog wat van de acclimatisatie over te houden.
Vroeg de baan op om de drukte van het vakantieverkeer te ontwijken of voor te zijn ben ik reeds om 8u00 's ochtends in Basel zodat ik alle tijd heb om wat binnenbaantjes te nemen. Ik besluit om Wallis binnen te rijden via de Grimselpas en het Gomsdal.
Inmiddels is het wel beginnen regenen. Tijdens de beklimming van de Grimselpas wordt ik begeleid door honderden wielertoeristen die naar ik meen begonnen zijn aan de vierpassentocht (Grimsel, Furka, Gothard en Susten) in een hondeweer. De regen gaat over in stortregen en op de top in sneeuw. Overal vormen zich watervallen en stortbeken die over de prachtige granietplaten en vervolgens de weg stromen.
Gezien deze weinig zomerse toestanden is mijn panoramisch uitstapje op de pashoogte van korte duur en besluit ik maar af te dalen naar het Gomsdal en een overnachtingsplaats te zoeken. Tijd zat, de tocht begint pas op zondag met afspraak aan het station in Visp.
De rest van de regendag heb ik dan ook met een boek aan de open haard van een leuk (en prijzig) hotelletje in Reckingen doorgebracht.
Het regent nog steeds. De Furkapas is inmiddels gesloten voor alle verkeer en winteruitrusting voor de andere passen is aangeraden. Gelukkig moet ik slechts naar Visp in het brede Rhônedal net voorbij Brig.
Rond 14u00 beginnen de deelnemers toe te stromen. Het zijn de twee gidsen (Bruno en Hannes), beiden uit Oostenrijk, Helga, de vrouw van Hannes, Mike, Achim, Thomas en Manfred uit Duitsland, Peter uit Oostenrijk en mezelf.
Na de kennismaking en eerste uitwisseling van ervaringen komen de gesprekken al gauw bij het weer uit. Bruno heeft reeds naar de Brittaniahut gebeld en deze blijkt niet bereikbaar te zijn wegens 60 cm verse sneeuw en lawinegevaar. Nochtans was het de bedoeling er deze namiddag naar toe te trekken.
Als alternatief stellen de gidsen voor in Herbriggen in hotel Bergfreund te overnachten, een gekend 'basiskamp' bij menig bergbeklimmer en deelnemer aan OeAV en DAV programma's. Gezien het slechte weer is het er inderdaad behoorlijk druk. Ik ontmoet er Andreas, een kennis van een vroegere tocht, en Pepp, de Oostenrijkse gids van vorig jaar in het Ortlermassief. Andreas ziet zijn programma in duigen vallen door het slechte weer. Zinalrothorn, Matterhorn en Weisshorn zullen de eerste dagen niet haalbaar zijn.
Ook wij beginnen te twijfelen aan een goede afloop van onze tocht nog voor hij begint.
Bij het ontbijt zien we voor het eerst na 48 uur terug de zon. Terzelfdertijd zijn ook de gevolgen van het slechte weer zichtbaar, nl. een witte pracht vanaf 2000 m hoogte. Na afscheid genomen te hebben van Rosi vertrekken we richting Saas Fee waar we de wagens op een van de parkings aan de ingang van het dorp achterlaten en door het drukke dorp met volledige uitrusting naar de kabelbaan stappen. Hier vernemen we dat enkel bergbeklimmers de lift mogen gebruiken, de horden jonge skiers (veel Oost-Aziaten) moeten wachten tot de pistes vrijgegeven worden.
Dit betekent dat we vlot het bergstation Felskinn (2989 m) bereiken, van waar we nog 30 minuten tot de Brittaniahut nodig hebben.We genieten ondertussen van het winterse landschap en de steeds blauwere hemel.
Aan de hut is het nog zeer rustig, de wirtin is net de halve meter sneeuw van de tafels en banken op het terras aan het wegscheppen. Vanaf de hut hebben we een prachtig zicht op de toppen voor de komende dagen.
Na de middag vertrekken we in de richting van de Strahlhorn om de weg te verkennen en een spoor aan te leggen voor de volgende dag. We ploeteren met twee touwgroepen afwisselend op kop zo'n 3 uur door de diepe sneeuw, leggen hierbij ca. 3 km af, maar de Strahlhorn lijkt niet genaderd. We ontdekken talloze kleinere gletsjerspleten door af en toe eens tot de heupen weg te zakken (dit heeft de volgende dag duidelijk zijn diensten bewezen).
Rond 17u30 zijn we terug op de hut. Ik ontmoet er 4 VBF'ers uit Limburg die de komende dagen ook op de hut zullen verblijven.
Na een korte nachtrust staan we om 3u00 op voor het "Strahlhorn -ontbijt" (andere varianten zijn het Allalin ontbijt om 4u00 en het Felskinn-ontbijt om 7u00). Om 4u00 , het is nog pikdonker en bitterkoud, zijn we weg. We zijn niet alleen op stap en laten al gauw een aantal snellere touwgroepen voorgaan voor het spoorwerk dat nog moet volgen. Ons tempo ligt niet erg hoog, maar we sluiten toch iedere keer weer aan bij de andere cordées, die nu het zware spoorwerk uitvoeren. Er wordt regelmatig gewisseld, ook de Nederlanders en de Slovaken doen hun deel. Rond 10u00 bereiken we de Adlerpas (3789 m) waar er een korte pauze wordt gehouden en de stijgijzers gemonteerd worden. Het panorama is er prachtig, Matterhorn, Zinalrothorn, Rimpfischhorn zijn nabij, verder reikt het zicht tot de Mont Blanc en les Ecrins.
We bundelen nogmaals onze energie voor de laatste meters en bereiken rond 12u15 de top van de Strahlhorn (4190 m). Het verblijf op de top beperkt zich tot enkele foto's want er staat een ijzige strakke wind en er wacht ons nog een ellenlange afdaling naar de Brittaniahut.
Moe maar voldaan en blij met mijn eerste 4000er bereiken we rond 17u00 (na 13 uur stappen) de hut.
Morgen mogen we uitslapen, want dan staat de Allalin op het programma via de korte weg vanaf het metrostation van Mittelallalin.
Vandaag staat de Allalinhorn op het menu. Na een verdiende nachtrust en een lekker en rustig ontbijt, het is 7u00 en de hut ligt er al verlaten bij, vertrekken we voor een 4000-expressbeklimming. We lopen een half uurtje tot het Felskinnstation waar we inchecken voor de Metro-Alpin die ons samen met een horde jeugdige skiers in 8 minuten tot op 3454 m hoogte brengt naar het eindstation Mittelallalin. We lopen aanvankelijk over de brede platgewalste skipistes met een prachtig zicht op de noordwand van de Allalinhorn.
Nadat we de pistes en de drukte achter ons gelaten hebben worden de touwgroepen gevormd en de stijgijzers bovengehaald. Er is reeds een goed spoor en we winnen vrij snel hoogte via de eenvoudige route. Af en toe blijft het opletten geblazen voor spleten en sneeuwbruggen.
Na anderhalf uur bereiken we het Feejoch op 3828 m waar de route via de Feechopf naar de Alphubel afbuigt. Op deze pas hebben we opnieuw een prachtig vergezicht op de 4000ers van Wallis. We vervolgen onze tocht via iets steilere sneeuwvelden tot op de top met een prachtig kruis. Hier sluiten ook de cordées van de Hohlaubgraat aan, de route vanaf de Brittaniahut voor de meer verdienstelijke klimmers. Gezien het prachtige weer is de top druk bezocht en we dalen dan ook tijdig af daar we vandaag nog naar de overzijde van het Saasdal moeten.
Na de moeilijke en gevaarlijke passage van de skipistes zijn we rond 13u00 terug aan de metro en dalen we af via Saas Fee naar Saas Grund.
We laten wat vuile was achter en nemen vervolgens de lift naar Hohsaas op 3101 m hoogte en prachtig gelegen onder de noordwestwand van de Weissmies met een zonnig terras en zicht op de volledige Mischabelgroep.
We slapen met zijn zessen in een ruim lager naast de kabelbaan, anderen slapen in het lager dat een deel van het restaurant inneemt. Als de laatste lift vertrokken is, wordt het rustiger en blijven de klimmers alleen achter met een mooie zonsondergang en een lekker avondmaal.
Morgen moeten we er weer vroeg uit.
5u00. Moeizaam opstaan en stil ontbijt. Een rustdag zit er echter niet in. Vandaag staat de witte dame op het programma. Gisteren hebben we de route nog aandachtig bestudeerd en de steile klim door de seracs van de triftgletsjer met enig ontzag bewonderd. Om 5u45 zijn we op stap. Na een kwartiertje bereiken we de gletsjer, waar we de stijgijzers bovenhalen. De sneeuw is inmiddels goed aangevroren, de condities zijn uitstekend. Na nog een half uurtje begint het steile sneeuwveld, ik schat zo'n 35°. Het lijkt allemaal nog mee te vallen. De touwgroepen zijn inmiddels goed ingelopen, zodat we een mooi en gelijk tempo kunnen aanhouden.
Het is koud en er staat een ijzige wind. We lopen constant in de schaduw, de zon bevindt zich nog aan de andere kant van de berg. Op 3500 m hoogte bereiken we de brede Triftgraat die zich tot aan de top uitstrekt, afwisselend vlak en soms wat steiler.
Omstreeks 9u15 bereiken we de top. Opnieuw hebben we een grandioos uitzicht, dat vooral naar het oosten erg ver reikt. We menen de Bernina, de Ortler en Brenta te kunnen onderscheiden.
Ondanks de koude nemen we nu ruimschoots de tijd om van de top te genieten. Talrijke touwgroepen komen via de zuidelijke route van de Almagellerhut naar boven. Op bepaalde momenten is het erg druk op de brede top. Na een pauze van 1 uur vatten we de afdaling aan via dezelfde route.We nemen nog een kleine verhoging van de graat mee waar we nog een aantal foto's trekken. Terug door de gletsjerbreuk en vlotjes naar beneden op de steile sneeuwvelden zijn we rond 13u00 terug aan het terras van Hohsaas waar we uitgebreid van de zon en van een frisse pint genieten.
Om 15u00 worden de rugzakken gepakt en dalen we verder af naar de Weissmieshutten (2726 m), waar we de komende twee nachten zullen slapen.
Onze laatste klimdag. Voor Peter en Achim hoeft het niet meer, zij zijn tevreden met de gemaakte tochten en lassen een rustdag in. Als wij om 4u45 aanzetten moet ik mezelf overtuigen om niet ook in de hut te blijven. De week is immers al zwaar geweest en een aantal doelstellingen zijn met veel voldoening bereikt.
In de plaats van de voorziene Lagginhorn is er beslist om de Fletschhorn te beklimmen, daar de gidsen verwachten dat er te veel ijs (sneeuw die overdag smelt en 's nachts weer bevriest) op de normaalroute naar de Lagginhorn zal liggen.
De Fletschhorn is echter een mooi alternatief en net geen 4000 m hoog (3996 m). Eerst moeten we in het donker wel over gletscherpuin, vervolgens over een blokkenveld met sneeuw en uiteindelijk door een couloir van ca 400 m hoogte en 35° helling. Dit laatste stuk is een echte kuitenbijter. Op 3500 m hoogte bereiken we de minder steile westflank die we gestaag klimmend traverseren. Om 9u00 zijn we op de top, het panorama , vooral op het Berner Oberland is overweldigend, van Les Diablérets, Wildstrubel in het westen tot Oberaarhorn in het oosten. De kenmerkende piramide van het Bietschhorn staat pal voor ons. Ten zuiden zien we het Lagginhorn met de noordgraat.
Na een korte pauze zijn wij in de overtuiging dat de afdaling via dezelfde route zich aankondigt, maar zo hebben de gidsen het niet begrepen. Gezien de goede omstandigheden en het nog vroege uur dalen we aan de andere zijde af naar het Fletschjoch op 3680 m hoogte aan de voet van de noordgraat naar het Lagginhorn. De route ziet er enigszins ontzagwekkend uit maar is volgens de gidsen technisch niet zo moeilijk (meestal I en II, twee passages III). De graat biedt veel afwisseling, korte klimpassages, kleine sneeuwbruggetjes en mooie en spannende zichten in de diepte naar het westen en het oosten. Het klimwerk gaat vlot,ook al zijn wij in cordée. Op een tweetal plaatsen zekert de gids bijkomend. Na anderhalf uur zijn we boven op de top en genieten we met nog meer voldoening van de geleverde prestatie en het 360° vergezicht. Een waardige afsluiter van deze week.
De afdaling langs de normale weg is nog een serieuze klus. Wij zijn al bij al blij dat we niet langs deze brokkenroute naar boven geklauterd zijn. De sneeuw maakt de route over de blokken en platen allesbehalve gezellig en menige schuiver wordt geplaatst.
Maar na 10 uren stappen bereiken we uiteindelijk uitgeput en dorstig de hut waar wij alle tijd hebben om na te praten en de afgelopen week met geestrijke drank af te sluiten.
Bruno, Manfred en Achim dalen vandaag nog af. De rest van de groep blijft nog een nachtje op de hut.
De week zit erop. We dalen af tot Kreuzboden waar we de gondellift naar Saas Grund nemen.
Na uitgebreid afscheid genomen te hebben van de collega's, inmiddels vrienden geworden, wordt de terugreis aangevat.
Ik denk dat de herinnering aan deze 'Hochtourenwoche' mij lang zal bijblijven.
Door Luc Van der Sluys